Investeer eerst in mensen, dan in stenen: FutureLab.Amsterdam bouwt aan een Vitale Democratie

Investeer eerst in mensen, dan in stenen: zo ontstaat een wijk die zichzelf ontwerpt en draagt. FutureLab.Amsterdam ontwerpt de wijk mét haar bewoners, ondernemers en de overheid. Zo groeit een vitale democratie.

Abstract

De vele crises die ons bedreigen hebben doorgaans als oorzaak de manier waarop wij onze zaken organiseren en het daaraan voorafgaande denken van waaruit wij handelen. Zo is het bouwen van huizen gefocust op het halen van aantallen. Daarbij zijn we de goede leefomgeving of de menselijke straat grotendeels uit het oog verloren. Veel wijken bestaan uit bouwpakketten die niet tot menselijke omgang en interactie uitnodigen en leiden tot onveiligheid, eenzaamheid en gebrek aan sociale verbinding. Ook de overheid is gebaseerd op een denken dat uitgaat van gefragmenteerde disciplines, van wantrouwen en van een overdosis aan controle en toezicht, waarbij niet duidelijk is welke afdelingsdoel wanneer toeslaat bij een proces van het bouwen van een wijk. Veel afdelingen werken totaal autonoom. De burger is ook opgegroeid in een bepaald soort denken (economistisch denken, wantrouwen, ik-gericht) waardoor ze ook jegens elkaar het wantrouwen van ons narratief weer als een verslavend patroon herhalen.

We kunnen met Socratic Design een radicaal humaniseringsproces inzetten waarbij we ons denken, ons handelen en ons bouwen diepgaand transformeren. We maken een nieuwe buurt op ander denken gebaseerd. Burgers en publieke dienaars (public servants) en de private sector gaan een leerproces aan, waarin we het ontwerpproces, het bouwen en de governance stap voor stap gaan uitvinden en experimenteel realiseren. We maken een gewenste leefomgeving waarin zorg, onderwijs, veiligheid, economie, digitaal, gezondheid en natuur niet vanuit de tekentafel worden neergezet, maar vanuit de bewoners integraal worden vormgegeven. Degene die bestuurd worden gaan stap voor stap besturen. De overheid oefent een moreel moderatorschap uit: gij zult luisteren naar elkaar en samen het goede ontwerpen.

Ondernemers en investeerders kunnen diepgaand transformeren door ook dit leerproces mee vorm te geven. Het gaat om kwaliteit op lange termijn als duurzaam businessmodel, maar ook als sociale bijdrage, niet als nevenplicht maar als hoofddoel. We kunnen voorsorteren op de betekeniseconomie waarin de groei van ‘human value’ een nieuwe economie bepaalt.

We kunnen een radicale reset op korte termijn realiseren als we durven in te zetten op het leervermogen en de collectieve wijsheid van zowel burgers als individuele ambtenaren. Doe mee aan dit avontuur van vitale democratie! FutureLab als collectief leren.

FutureLab presenteerde hier haar eerste scenario voor coöperatief wonen in Holendrecht. Tijdens de bijeenkomst gingen partners, organisaties en mogelijke mede-bouwers met elkaar in gesprek om het scenario verder vorm te geven en richting realisatie te bewegen.

Het Rekenkamer-rapport: Bouwen aan een complete stad

De Rekenkamer van Amsterdam tikte de stad onlangs op de vingers. Niet omdat er te weinig woningen worden gebouwd of omdat Amsterdam niet ambitieus zou zijn, maar omdat de stad zich te eenzijdig laat leiden door aantallen. Het bestuurlijke rapport Bouwen aan een complete stad snijdt op zijn eigen, institutionele manier een wezenlijke vraag aan: als we vooral tellen hoeveel huizen er worden gerealiseerd, maar nauwelijks kijken naar wat voor leven er in die wijken ontstaat, wat voor stad creëren we dan eigenlijk?

Het rapport benoemt een spanningsveld tussen de druk om te bouwen en de kwaliteit van de leefomgeving. Tegelijkertijd valt iets op. De inwoner om wie het gaat blijft opvallend afwezig. Het rapport spreekt vooral over samenwerking tussen gemeentelijke kolommen, over procedures, risico’s, rollen en verantwoordelijkheden. Alsof het bestuur zichzelf corrigeert zonder zich werkelijk te raadplegen en te verbinden met het concrete leven dat zich in de stad afspeelt.

Binnen de gemeente wordt dit rapport niet defensief ontvangen. Vanuit verschillende plekken is zelfs bewust gestuurd op het tot stand komen ervan, juist omdat het handvatten biedt om anders te gaan werken en de vraag naar kwaliteit opnieuw serieus te nemen.

Maar wat vraagt sturen op kwaliteit van de overheid zelf? Kun je als overheid een moreel oordeel vormen over wat een goed bestaan is, en durf je je daaraan te verbinden? Of zoals we meer dan één keer horen: kunnen we daar niet over oordelen? Is het goede voor iedereen anders? En moeten we als ambtenaren niet juist professionele distantie behouden? We zijn er immers om beleid uit te voeren en de wethouder te dienen. We moeten onze neutraliteit behouden en kunnen niet zomaar bestaande procedures en regels opzijzetten.

Werkelijke verandering vraagt om een diepgaand onderzoek naar onszelf – als mens, als organisatie, als stad en als cultuur. Naar hoe wij denken en naar de vooronderstellingen waarop ons bestuur is georganiseerd. Naar de vooronderstellingen waarop we onze stad bouwen en naar de verhalen die we blijven herhalen zonder ze nog te bevragen. In die zin is dit rapport niet alleen een correctie, maar kun je het ook zien als een uitnodiging: om de vitale democratie opnieuw vorm te geven en om gebiedsontwikkeling weer te verbinden met de vraag: wat is een goed bestaan?

Bezit en controle: de basisvooronderstellingen van ons bestuur

Vroeger werden eerst wegen en voorzieningen aangelegd, en daarna pas huizen gebouwd. Vandaag doen we het omgekeerde. We bouwen eerst en hopen dat infrastructuur, zorg, onderwijs en plekken voor ontmoeting zich later wel voegen. Die omkering is geen toeval en ook geen puur technische keuze. Ze is het gevolg van een diep ingesleten logica waarin geld, grond en beheersbaarheid leidend zijn geworden.

Waarom die omkering? Het antwoord is bekend: grondprijzen en financiële sluitendheid. In de huidige praktijk van gebiedsontwikkeling is grondexploitatie de heilige graal. De businesscase bepaalt het tempo, de volgorde en uiteindelijk ook de vorm van de wijk. Wat niet direct rendeert, wat niet te vatten is in een rekenmodel of grondwaarde, wordt uitgesteld, verkleind of weggesneden. Zorg, ontmoeting, sociale infrastructuur en gemeenschapsvorming worden daarmee geen vertrekpunt, maar een rest- of zelfs schadepost.

Dit is geen neutrale keuze, maar een filosofische opvatting die diep in ons en onze instituties is verankerd. Het zijn filosofische vooronderstellingen die we niet meer reflecteren. Ze gaan terug op denkers als John Locke en Thomas Hobbes, en worden in de praktijk versterkt door het logisch positivisme. Bij Locke wordt bezit heilig verklaard: eigendom vormt de basis van vrijheid, identiteit en rechtvaardigheid. “Je telt mee als je een zo groot mogelijke auto bezit.” Het ‘ik’ wordt gedefinieerd via wat het bezit. Grond wordt zo waardedrager, eigendom identiteitsdrager en de stad een optelsom van individuele belangen. Bezit als waarde vertaalt zich in een verhaal waarin een huis een investeringswaarde heeft en grondverkoop een inkomensbron is voor de gemeente.

Wat zich niet laat meten, bezitten of vermarkten raakt structureel uit beeld

Bij Hobbes ligt het vertrekpunt elders, maar met vergelijkbare gevolgen. Zijn mensbeeld gaat uit van fundamenteel wantrouwen: dat elk mens een wolf is voor elk ander mens; een massief wantrouwen. Deze aanname legitimeert een overheid die primair stuurt op beheersing, risicomijding en toezicht. In de praktijk van gebiedsontwikkeling vertaalt dit zich in een groeiende afstand tussen beleid en uitvoering, waar de burger steeds moet worden gewantrouwd en gecontroleerd en waarin niemand zich nog verbindt met de gemeenschappen waarvoor gebouwd wordt.

“Mensen durven geen verantwoordelijkheid te dragen. Je kunt best een risicoanalyse maken, maar uiteindelijk gaat het erom dat je bewust van de risico’s toch besluit door te pakken.”

Het logisch positivisme en managerialisme versterken deze dynamiek nog eens. Wat meetbaar is telt; wat niet meetbaar is bestaat nauwelijks. Vijf jaar geleden werd binnen het plannersvak nog expliciet gediscussieerd over de vraag of men meer richting data moest bewegen of juist richting gesprek, begeleiding en relationeel werken. Inmiddels is die strijd beslecht. “Data is zo dominant geworden dat er nauwelijks nog kritische vragen over worden gesteld.” De leefwereld van bewoners – hun ervaringen, angsten en aspiraties – verdwijnt achter dashboards, indicatoren en abstracte modellen. Bouwen aan relaties wordt daarmee voor velen overbodig.

Het morele vacuüm van de uitvoerende ambtenaar

De ambtenaar verschuilt zich vaak achter zijn uitvoerende rol. “Ik voer beleid uit.” “Ik volg de procedure.” Daarmee wordt morele verantwoordelijkheid over de schutting gegooid. Opmerkelijk is dat de Amsterdamse ambtseed juist iets anders vraagt.

Artikel 10 van de Amsterdamse ambtseed: “Ik zal mij een zelfstandig oordeel vormen over de morele juistheid van mijn handelen.”

In talloze interacties met de zogenaamd uitvoerende ambtenaar wordt zichtbaar dat velen moeite hebben om een samenhangend en bezield verhaal te formuleren waarin een expliciete morele afweging of een oordeel besloten ligt. Men spreekt uitstekend over processen, kaders, risico’s en afwegingen, maar vrijwel niet over de ervaring van beleid, de kwaliteit van leven en de beleving van mensen, en over wat daarin als goed of wenselijk wordt gezien.

Dat morele vacuüm is niet onschuldig. Waar geen richting is, wordt elke variant mogelijk. En waar alles mogelijk is, ontstaat cynisme. Of erger: de leegte wordt gevuld door autoritaire en simplistische verhalen en de weg komt open te liggen voor extremisme en fascisme. Juist het ontbreken van een gedeelde moraal vormt een vruchtbare voedingsbodem voor dit soort bewegingen, en we moeten zeker niet denken dat dit iets is wat zich uitsluitend in Amerika voltrekt.

Socratic Design pleit daarom voor iets wat in het publieke domein ongemakkelijk is geworden: het durven uitspreken van wat goed en fout is, voortkomend uit een continu proces van dialogen waarin we aan gezamenlijke morele reflectie doen. De vraag die daarbij centraal staat is: wat vinden wij als samenleving goed? Opvallend genoeg zien we telkens opnieuw dat zodra die richting wordt uitgesproken, cynisme snel plaatsmaakt voor handelingsperspectief. Mensen verlangen niet naar eindeloze opties en betekenisloosheid, maar naar betekenis, verbinding en een concreet verbindend perspectief om langs te handelen.

Dit is het eerste droom scenario gemaakt door de deelnemers van FutureLab

Een onzekere investering van gemeenschapsgeld: in mensen

Socratic Design is zowel een filosofie als een methode die vertrekt vanuit een eenvoudige maar radicale vraag: wat is een goed bestaan? Via het klassieke principe van ken uzelf en de gedisciplineerde dialoog maakt Socratic Design zichtbaar welke impliciete, vaak verslavende vooronderstellingen, aannames en habits ons denken en handelen sturen. Het is een concreet onderzoek naar het eigen leven: hoe onze overtuigingen zijn ontstaan, welke verlangens ons werkelijk bewegen en in hoeverre die verlangens nog van onszelf zijn. Deze reflectie vormt geen bijzaak, maar het morele en democratische fundament van het proces.

In gebiedsontwikkeling leidt dit tot een fundamentele omkering. Er wordt dan niet geïnvesteerd in stenen, maar in de mensen die de wijk ontwerpen en eventueel toekomstige bewoners zijn. In hun onderlinge relaties en hun vermogen om samen te denken over een goed bestaan, en om dat handen en voeten te geven in een ingewikkeld systeem; ze leren ondernemen. De wijk is daarmee het resultaat van collectieve inzichten, gedeelde waarden en nieuwe samenwerkingen. De kwaliteit van het leven in de toekomstige wijk is dus direct gekoppeld aan de ontwikkeling van de gemeenschap. Zo is de investering zowel economisch als emanciperend. Een bewuste gemeenschap van economisch gezonde bewoners in een lerende omgeving.

Deze manier van werken vraagt om een substantiële investering van gemeenschapsgeld aan de voorkant. Niet in direct meetbare resultaten of harde cash value, maar in de mensen; een onzekere investering in de mens zelf, waarvan de opbrengst zich pas later manifesteert.

De kernveronderstelling is dat een wijk die wordt ontworpen vanuit een ander mensbeeld en een nieuw verhaal – geworteld in vertrouwen, menselijkheid, dialoog, ontwikkeling en onderlinge zorg – veel van de maatschappelijke problemen niet voortbrengt die ons nu aan de achterkant structureel zoveel kosten. Problemen als slechte gezondheid, verslaving, eenzaamheid, armoede en uitsluiting ontstaan niet losstaand, maar zijn het gevolg van hoe we samenleven en wijken organiseren. Door juist aan de voorkant te investeren in de sociale en morele fundamenten van een gemeenschap verschuift de dynamiek. Die investering betaalt zich later ruimschoots terug, zij het vaak buiten de klassieke financiële indicatoren en begrotingskolommen om. Wat hier wordt opgebouwd is geen directe cash value, maar duurzame menselijke waarde die toekomstige maatschappelijke kosten voorkomt.

Voor de gemeente kan dit een complexe stap zijn. Niet omdat de intentie ontbreekt, maar omdat deze vorm van investeren per definitie risicovol is binnen een systeem dat is ingericht op beheersing, verantwoording en meetbaarheid.

Op dit moment dragen onder meer Masterplan Zuidoost, Digitalisering & Innovatie en het Projectmanagementteam bij in de vorm van uren, capaciteit en beperkte financiële middelen. Dat is essentieel, maar nog maar een klein begin van wat nodig is om deze manier van werken op grotere schaal mogelijk te maken. Willen we vitale democratie daadwerkelijk institutionaliseren, dan vraagt dit om nieuwe allianties en om investeerders die bereid zijn voorbij de korte termijn en voorbij directe rendementseisen te kijken.

Deze video werd opgenomen tijdens een van de dialogen met de senioren, zorgverleners, en andere deelnemers van Kraktie in Holendrecht

Een leerproces voor alle deelnemers: FutureLab

In het FutureLab krijgt deze aanpak van gebiedsontwikkeling via Socratic Design concreet vorm. FutureLab is een programma waarin inwoners, ambtenaren, ondernemers en startups samen de toekomst van de stad vormgeven. Zij formuleren hun narratief: hoe willen we leven? Hoe zorgen we voor elkaar? Hoe organiseren we economie, zorg, onderwijs en ruimte? Het maken én uitvoeren van zulke narratieven vormt de kern van FutureLab.

Potentiële bewoners van een toekomstige wijk, lokale ondernemers en de startupcommunity worden vanaf het begin betrokken bij leer- en ontwerptrajecten waarin de dialoog en de community centraal staan. Ze ontwerpen samen een gebouw of een kavel en vormen coöperaties om coöperatief eigenaarschap te realiseren.

De opgaven waarmee het FutureLab zich bezighoudt worden niet vooraf gedefinieerd door de gemeente of door experts, maar opgebouwd vanuit het perspectief van de inwoner. Het zijn vraagstukken die voortkomen uit het concrete leven in de wijk, niet uit beleidsstukken of afgebakende opgaven. Inwoners worden gepositioneerd als experts, óók binnen de gemeentelijke organisatie: de ervaring van de burger is immers de plek waar alle kokers, afdelingen en beleidsplannen samenkomen in het geleefde bestaan van de mens in zijn omgeving.

Wat begon als een helder afgebakende opdracht rond jongerenwoningen in Holendrecht groeide uit tot een breder initiatief waarin jong en oud samen nadenken over – en werken aan – het goede bestaan. Jongeren en ondernemers uit de wijk in dialoog met de senioren uit het seniorencentrum Kraktie onderzoeken gezamenlijk thema’s als eenzaamheid, voeding, ondernemen, relaties en persoonlijke voorgeschiedenissen. Zorginstellingen worden betrokken in het ontwerpen van sociale aspecten. Jongeren leren deze inzichten te vertalen naar (digitale) representaties van woonconcepten, begeleid door gespecialiseerde bedrijven. Studenten werken aan bijbehorende technische tekeningen. Ambtenaren begeleiden het proces met hun kennis van de bureaucratische wereld, terwijl woningbouwcorporaties hun kennis en kunde inbrengen en private investeerders worden betrokken om de plannen daadwerkelijk te vertalen naar een gerealiseerde wijk. Zo ontstaat een doorgaande lijn van reflectie, verbeelding en uitvoering.

Dit proces is een leertraject voor alle deelnemende partijen. Het is precies dát leerproces dat de kern vormt van een vitale democratie en wat structureel ingebed zou moeten worden in de processen van gebiedsontwikkeling.

FutureLab bevindt zich nog in een pioniersfase. Hoe dit financieel, juridisch en organisatorisch wordt opgezet en ondersteund, is onderdeel van een experiment dat momenteel gaande is. Daarbij wordt onderzocht welke bestaande constructies bruikbaar zijn en waar nieuwe vormen moeten worden ontwikkeld. Het is een dialoog van allen met allen!

Coöperatief bouwen, beheren en bezitten

Dit gezamenlijke proces van ontwerpen leidt vanzelf tot een volgende stap: collectief eigenaarschap. Niet alleen van woningen, maar ook van het beheer en de verdere ontwikkeling van de wijk. Eigenaarschap verschuift daarmee van individueel bezit naar gedeelde verantwoordelijkheid, georganiseerd in coöperaties. De wijk wordt zo geen eindproduct van een ontwikkelproces, maar een levende gemeenschap die zichzelf onderhoudt, bijstuurt en doorontwikkelt.

Dit streven komt niet uit de lucht vallen. De beweging richting coöperatief wonen wordt breed gedragen, juist omdat het huidige systeem steeds minder in staat is om betaalbare, sociale en veerkrachtige wijken voort te brengen. Dergelijke ambities zijn beschreven in het Actieplan Wooncoöperaties Amsterdam (2019) en in de uitwerking daarvan, onder andere in het Woningbouwplan 2022–2028 en in de publieke informatie van de gemeente en WOON.

Wooncoöperaties worden daarbij gezien als een potentiële derde pilaar naast woningcorporaties en de markt. Ze bieden bewoners zeggenschap over hun woning en woonomgeving, maken blijvend betaalbare sociale en middeldure huur mogelijk en versterken sociale cohesie en weerbare buurten. Ook beleidsmatig is er steun: gemeenten stellen kavels beschikbaar via zelfbouwprogramma’s en hebben stimuleringsleningen ontwikkeld om wooncoöperaties te ondersteunen.

De ambities zijn ruwweg als volgt: over 25 jaar moet 10% van alle Amsterdamse woningen in een wooncoöperatie zitten. Dit betekent ongeveer 40.000 woningen in 2045. In de praktijk zien we echter dat wooncoöperaties moeizaam van de grond komen. Financiering is complex, regelgeving sluit onvoldoende aan en institutionele structuren zijn niet ingericht op collectief eigenaarschap. Juist daar loopt het vaak vast.

Om deze complexe vraagstukken rond governance, financiering en risicodekking mogelijk te maken gaat FutureLab aan de slag als ontwikkelmaatschappij. Deze zal zich specialiseren in het opbouwen, begeleiden en beheren van dit soort trajecten en in het duurzaam ondersteunen van bewonerscoöperaties. Zo biedt FutureLab niet alleen een inhoudelijke en democratische vernieuwing van gebiedsontwikkeling, maar ook een concrete organisatorische en financiële structuur om die vernieuwing daadwerkelijk mogelijk te maken.

Dennis & Meshach het gezicht van FutureLab: tijdens de partner presentatie op 23 Januari 2026

De buitenroute in de governance: immuniteitsreacties uitlokken

Opdat er om kan worden gegaan met institutionele weerstand wordt binnen de gemeentelijke overheid een ‘buitenroute’ opgezet. Een route die naast de reguliere procedures loopt: niet ertegenin, maar erlangs. Dankzij de investeringen die de directie Digitalisering en Innovatie heeft gedaan in de Socratic Design-aanpak zijn hierin al grote stappen gezet.

In deze buitenroute worden ambtenaren en bestuurders uit verschillende domeinen – en ook daarbuiten – met elkaar verbonden rond gedeelde doelen en waarden. Niet rondom regels en projecten, maar vanuit de vraag waar zij als mens voor staan en waar zij zich hard voor willen maken.

Cruciaal is dat in deze route bewust wrijving wordt georganiseerd. Er worden zaken op scherp gezet om vastgeroeste aannames zichtbaar te maken en om immuniteitsreacties – zoals “dat kan niet” of “zo doen we dat hier niet” – te onderzoeken in plaats van ze te vermijden. De buitenroute is daarmee een kans voor de gemeente om vanuit een ander denkframe en vanuit andere vooronderstellingen een leerproces aan te gaan over deliberatieve democratie.

Binnen de ambtenarij is er veel aandacht en interesse voor deze aanpak. Het innovatielab van het Projectmanagementbureau helpt bovendien intensief bij het verder ontwikkelen van deze buitenroute.

Tot slot

Het lijkt een enorme uitdaging, en dat is het ook. Maar we kunnen niet anders dan streven naar een radicale verbetering in de wijze waarop we vormgeven aan onze democratie en het bestaan in onze wijken; het moet beter worden. FutureLab is een uitnodiging om dit anders te doen: door te leren in de praktijk, door verantwoordelijkheid te nemen en door gezamenlijk nieuwe vormen van gebiedsontwikkeling. Dat vraagt om mensen en organisaties die bereid zijn te investeren – niet alleen financieel, maar ook in tijd, kennis en betrokkenheid.

Investeerders, ambtenaren, bestuurders en ondernemers die zich herkennen in deze opgave, niet terugschrikken voor de nodige zelfreflectie en willen bijdragen aan het verder ontwikkelen van deze aanpak, nodigen we uit om deel te nemen aan dit traject. Meer informatie is te vinden op www.futurelab.amsterdam

Wonen vanuit Waarden: de Wijk als ruimte voor een Goed Bestaan

Het lijkt een enorme uitdaging en dat is het ook. Maar we kunnen niet anders dan streven naar een radicale verbetering in de wijze waarop we vormgeven aan ons bestaan en aan onze wijken; het moet beter worden.

Hoe kunnen we een gebied ontwikkelen vanuit de vraag “Wat is een goed bestaan?” Kunnen we met Socratic Design een goed humaniserend verhaal maken, een verhaal waarin we een sterke vitale democratie ontwerpen? Waarin het bestuur een nieuwe rol kan innemen? Waarin inwoners volgens hun waarden kunnen leven en wonen?

Holendrecht komt in allerlei statistieken negatief naar voren: (energie)armoede, zorgcrisis, jeugdproblematiek, criminaliteit, sociale media verslaving, onderwijs falen, woningnood, migratieproblematiek bepalen het beeld. Er zijn voorbeelden van psychisch leed bij jongeren, de systematische ervaring van racisme, allerlei subtiele vormen van uitsluiting, verborgen armoede, slachtoffers van perverse bureaucratisering en systematisch etnocentrisme.   

Door deze framing blijven de vele goede (letterlijk) hart-verwarmende interacties in de wijk vaak buiten beeld. Wetenschap focust vooral in haar beschrijving op abstracte, hard data!

Voor de Socratic Design aanpak is het cruciaal om de beleefde concrete ervaringen van de mensen zelf als uitgangspunt te nemen! 

Hoe bouwen we een wijk?

Ons denken en handelen bestaat uit veel verslavende patronen,  waarvan we ons niet bewust zijn. Dit zijn persoonlijke –  en culturele gedachtenverslavingen. Bij alles wat we doen, dus ook bij het ontwerp van een wijk, zijn legio (verborgen) patronen aan het werk. Dat zijn vaak culturele  en filosofische vooronderstellingen. Ook wetenschappers, architecten en techische experts zitten vol met verslavende gedachten. Inwoners, bouwers, ambtenaren eveneens. Veel gedachtenverslavingen zijn ontstaan als afscherming van kindpijn en zijn als zodanig dopamine gebonden. We opereren met veel van die afschermingen in een zogenaamd harnas. Dat harnas is stevig omdat onze organisaties dat ook stimuleren.    

Vaste patronen en Introversie[1]
Jongeren durven zich vaak niet uit te spreken. Ook onderling durven we ons niet te uiten en zijn we vaak introvert. We zien vaak de echte personen niet,  daardoor is het moeilijk je goed te ontwikkelen en komen belangrijke dingen niet aan bod. Er zijn patronen onder de jongeren in Zuidoost die moeilijk te doorbreken zijn. Je moet in een bepaald stramien passen om erbij te horen.

Als we gaan nadenken over wat een goed bestaan is, moeten we eerst ons eigen denken onderzoeken. Dat betreft zowel inwoners, bestuurders en stakeholders in dit proces.  

Hoe staat het met het Nederlandse verhaal? Na de instorting van de verzuiling is er sprake van een markt gericht individualisme, waarin de strijd om identiteit, de strijd om erkenning de hoofdmoot wordt. Zelfrealisatie wordt belangrijker dan collectief welbevinden. De mens wordt voornamelijk als consument gedefinieerd, waarbij de economische wetenschap leidend wordt voor alle interacties: de ‘homo economicus’. Zelfrealisatie is dan vooral de verrijking middels eigendom. Socioloog Hans Boutellier laat overtuigend zien hoe we ons verhaal als natie zijn kwijtgeraakt.

Onze wereld en ons beeld van onszelf wordt gevormd door een bepaald denken, dit denken zit rotsvast gebeiteld in filosofische vooronderstellingen. Een voorbeeld is de vooronderstelling dat bezit heilig is (John Locke), het is bezit van het “ik”, elke collectieve waarde is een bedreiging van het heilige concept “individueel bezit”. “Je bent pas mens als je bezit hebt”. Deze verslavende vooronderstelling zien we – met een moderne variant- terug in onze wijken: “je telt mee als je een zo groot mogelijke auto bezit”. Bezit als waarde vertaalt zich in een verhaal waarin een huis een investeringswaarde heeft en grondverkoop een inkomensbron is oor de gemeente. Ook dat is behoorlijk verslavend!

In de verlichting staat het motto van Descartes centraal “ik denk dus ik ben”. Kinderen op school worden af geserveerd als “onvoldoende” op grond van bepaalde denk testen (IQ etc.). In bepaalde wijken zien we dan ook geen gymnasium: “de kinderen hebben een te lage IQ score”. Het gevoel is irrelevant.

Het westerse ik, is een rationele actor.  De Algerijnse denker Houria Bouteldja stelt zich de vraag: “welke ik is dat? …..diegene die verovert en plundert…die steelt, verkracht en volkeren uitmoordt… ik ben de moderne, mannelijke, kapitalistische, imperialistische mens …op die noemer zijn jullie geboren…’

De dominantie van de ratio over gevoel en lichaam is een andere vooronderstelling die we dagelijks aan den lijve ervaren! Net zoals de dominantie van de ratio over de natuur, die als een mechaniek wordt opgevat. 

Het is een relevant gegeven voor Zuidoost waar inwoners afkomstig zijn van alle delen van de planeet om al die uiteen lopende culturele verslavingen boven tafel te krijgen. 

Het oude verhaal dat zichzelf tot ‘de werkelijkheid’ verheft

Ons verhaal bevat veel weeffouten uit het verleden, waarbij koloniaal en etnocentrisch denken belangrijke ingrediënten zijn. Voor de autochtone Nederlanders is er een verhaal ontwikkeld dat vooral leunt op de verslavende gedachte “Wij leven in de objectieve werkelijkheid”.

Deze vooronderstelling is geworteld in de idee dat wetenschap de enige toegang tot de waarheid is, met observeerbare en meetbare grootheden als basismateriaal. Jouw innerlijk of jouw gevoel is irrelevant voor kennisontwikkeling. Het verhaal waarin wij leven benadrukt vooral “dat het geen verhaal is”. Filosofie laat zien dat het wel degelijk een verhaal is, vol met vooronderstellingen. Dit sciëntisme (een overmatig geloof in wetenschap) is zowel bij onderwijs, zorg, stedenbouw, digitalisering, innovatie actief. Veel abstracties worden over ons uitgestrooid of praktiseren we zelf. 

Waarom is dit relevant voor gebiedsontwikkeling?

Wetenschap en techniek bepalen onze wijze van leven en dragen waarden en vooronderstellingen (stilzwijgend) over. De economische wetenschap – bijvoorbeeld – drukt een zwaar stempel op het totale overheidsbeleid, ze gaat uit van abstracties die bepalen wat goed, rendabel, winstgevend, efficiënt, monetizable enz. is. De grondexploitatie bepaalt uiteindelijk het sociale weefsel en de buurtsamenstelling. 

Als in een wijk mensen voor elkaar koken of veel met elkaar samenzijn dan komt dat niet in het beeld terug. Als er een brand is gesticht in een pand, als er een grote diefstal plaatsvindt dan leiden die tot verhoging van Bruto Nationaal Product: dat zijn meetbare dingen. We kunnen een economie van waarden ontwerpen waarin betekenisgeven centraal staat, we kunnen andere routes ontwerpen voor ondernemen. Een goed verhaal en waarden maken een “betekeniseconomie” mogelijk.

Controle[2]
We monitoren nu vooral waar we ons geld aan hebben uitgegeven en of het geld goed besteed wordt. Maar we monitoren niet of nauwelijks welke impact we nu echt maken naar aanleiding van onze gestelde doelen.Als mij wordt gevraagd, lever deze cijfers dan doe ik dat, en dan blijven we dat met zijn allen doen omdat we loyaal zijn aan het systeem.

Psychologie richt zich volgens veel critici te veel op waarneembaar storend gedrag van kinderen, leidend tot allerlei diagnoses die weer vaak gemedicaliseerd worden. Veel psychische ziekten zijn juist een gevolg van eenzaamheid, te weinig menselijk contact. Maar de ziel kan je niet waarnemen, en is daarom voor de wetenschap een non item! Net zoals liefde of gemeenschapszin. Uitgaan van het sociale weefsel als fundament, leidt tot andere ontwerpen![3]

Wie bepaalt wat een goed bestaan is? Het is het urgent om mensen zelf te laten bepalen wat zij waardevol vinden. Niet de wetenschapper noch de technicus of de psycholoog, Misschien wel een verhaal te maken waarin de ziel centraal staat en niet de materiele werkelijkheid. Waarin gemeenschap vormen een basiswaarde is. Wellicht dat veel eerder genoemde problemen helemaal niet meer ontstaan in een beter menselijker ontwerp.

Daarom is dit project de inspanning van allen waard! Het is voor het eerst dat we burgers vragen om te filosoferen over hun toekomst!   

De gemeente wordt ook geplaagd door denken dat wortelt in onbewuste filosofische vooronderstellingen die soms juist problemen veroorzaken.  

Ruimte voor ontmoeting[4]
Er zijn negatieve stereotypen, de hangjongeren zijn daar een van. We staan op straat omdat we onze vrienden niet thuis kunne uitnodigen, het huis is vol. Het is van hoge noodzaak dat we bij elkaar kunnen komen; om met elkaar te praten over dingen die spelen. Als er ruimte is, heeft niemand last van. Een plek waar we onszelf kunnen zijn. Je vindt in je woning een safe space, een ruimte waar je met mensen kunt praten, en dat schept een thuis.
       

De gemeentelijke overheid wordt niet zelden medeverantwoordelijk geacht voor de problemen, maar is door interne bureaucratisering en fragmentatie vaak met moeite in staat om het hoofd te bieden aan meervoudige uitdagingen. 

Daarbij is de filosofie van Hobbes cruciaal om bepaald denken en handelen van de overheid te begrijpen: “de mens is de mens een wolf’, de overheid is nodig zodat haar burgers de vrede bewaren. Daardoor is wantrouwen de basisarchitectuur van overheidshandelen, en ook van ons zelfbeeld en mensbeeld. De toeslagenaffaire is een pijnlijk voorbeeld van het systematische wantrouwen. We zien dat nog ook terug bij parkeer boetes; maar ook in het onderwijs waarbij kinderen van meet af aan worden gecontroleerd op frauderen; bij artsen die steeds meer tijd kwijt zijn om controle Excel sheets in te vullen. Wellicht dat wij in de straat ook te veel onze buren wantrouwen. Hoe ziet een wijk eruit als je uitgaat van de vooronderstelling dat wij sociale dieren zijn, behoefte hebben aan fysiek contact en veel vertrouwen hebben in elkaar? 

Ook veel afdelingen binnen de gemeente hebben een reflex van wantrouwen en controle naar andere afdelingen. Digitalisering kan een andere overheidsfilosofie faciliteren, mits die ontworpen wordt.  

Wereldwijde tendensen en krachten slaan neer in de wijken

De lokale crisisverschijnselen worden nog eens verhevigd door nationale en wereldwijde tendensen! Polarisatie, extremisme, populisme en digitalisering knagen aan onze principes van rechtstatelijke democratie. 

We hebben we de gemeente hard nodig om ons te beschermen tegen allerlei vormen van algoritmes die ons samenleven drastisch manipuleren. Van kind tot bejaarde. De fall out van deze digitale systemen is wereldwijd identiek: maar zoals gezegd het slaat neer in een wijk. Als Amsterdam een krachtige “goede” praktijk kan neerzetten dan is dat van waarde voor de gehele planeet.

Het is van levensbelang voor de democratie dat we inwoners kunnen betrekken bij hun eigen bestaansontwerp. Als mondiale krachten (Musk, big Five) onze verhalen gaan bepalen dan moet  het antwoord daarop zijn een krachtig humaniserend verhaal. 

Populisme en extremisme voeden zich met onvrede al dan niet gevoed door echo chambers, al dan niet door achterstelling van hele bevolkingsgroepen. Participatie en buurtrechten zijn goede pogingen om meer betrokkenheid van inwoners te realiseren.  Maar daarmee hebben we nog niet ons verhaal veranderd.

Deliberative Democracy[5]
De gemeente zit ver weg van waar wij leven. Het frame is altijd het mijden van risico als het gaat over jongeren. Als we starten vanuit de buurt en met die kennis opdrachten formuleren, ontstaat er beter draagvlak voor de dingen diede gemeente uitvoerd. We moeten de kennis van de inwoners op de goede plek krijgen binnen de gemeente zodat er goede en passende plannen geschreven

Zowel bewoners, stakeholders, experts, overheden zitten vast aan verslavende patronen. De vraag “wat is een goed bestaan?” moet beginnen bij diegenen waar het overgaat. 

Daarbij worden de inwoners uitgenodigd om hun denken te onderzoeken en in collectieve wijsheid nieuwe verbeeldingen te maken van hun gewenst bestaan.

De gemeente kan bij dit proces vanuit een andere invalshoek gaan denken en handelen. Daarbij de transitie modereren, nadat betrokken ambtenaren bewust zijn van hun denk verslavingen en de innovatie potentie van henzelf. De organische mee bewegende gemeente, die weet welke hoepels er allemaal genomen moeten worden!   

De bedrijven en woningbouwcorporaties worden eveneens uitgenodigd, om ander denken en doen te ontwikkelen. We zitten er gezamenlijk in vooral als concrete personen met alle culturele en wereldse verslavingen en de wil om het goede te doen! Daarbij is een conditio sine que non het besef dat we met ons harnas steeds terugvallen in oude procedures en verslavende gedachten, dat we alleen door bewuste reflectie of zelfobservatie (proprioceptie) andere habits en denkwijzen kunnen toepassen. Dat bewustzijn of die alertheid moeten we ook toepassen op onze procedures en professionele interacties.  

We zien dat er een tripartiete dans nodig is tussen inwoners, gemeente en partners. Het proces zal dat helder moeten vormgeven. 

Het grote verhaal van Vitale Democratie met Socratic Design is precies dat: gezamenlijk ontwerpen we gaandeweg met collectieve wijsheid de basis vooronderstellingen van een goed bestaan en maken daarop concrete verbeeldingen.


[1] Socratic Design dialoog met jongeren over Wonen in Zuidoost, De Kazerne, Reigersbos, Amsterdam Zuidoost  (12-01-2024) Zie ook de post: Hoe een dialoog het vertrekpunt werd van Jongeren.Wonen.Holendrecht

[2] Socratic Design Dialoog over gebiedsontwikkeling, Strategie Fabriek, Amsterdam Zuidoost 28/01/2025 Zie ook de post:

[3] In Triest was het hoge aantal zelfmoorden aanleiding voor een succesvol herontwerp van de gemeenschap. https://www.linkedin.com/pulse/italian-city-nearly-halved-its-suicide-rate-shifting/  


[4] Socratic Design dialoog met jongeren over Wonen in Zuidoost, De Kazerne, Reigersbos, Amsterdam Zuidoost  (12-01-2024) Zie ook de post: Hoe een dialoog het vertrekpunt werd van Jongeren.Wonen.Holendrecht


[5] Socratic Design dialoog met jongeren over Wonen in Zuidoost, De Kazerne, Reigersbos, Amsterdam Zuidoost  (12-01-2024) Zie ook de post: Hoe een dialoog het vertrekpunt werd van Jongeren.Wonen.Holendrecht