Abstract
De vele crises die ons bedreigen hebben doorgaans als oorzaak de manier waarop wij onze zaken organiseren en het daaraan voorafgaande denken van waaruit wij handelen. Zo is het bouwen van huizen gefocust op het halen van aantallen. Daarbij zijn we de goede leefomgeving of de menselijke straat grotendeels uit het oog verloren. Veel wijken bestaan uit bouwpakketten die niet tot menselijke omgang en interactie uitnodigen en leiden tot onveiligheid, eenzaamheid en gebrek aan sociale verbinding. Ook de overheid is gebaseerd op een denken dat uitgaat van gefragmenteerde disciplines, van wantrouwen en van een overdosis aan controle en toezicht, waarbij niet duidelijk is welke afdelingsdoel wanneer toeslaat bij een proces van het bouwen van een wijk. Veel afdelingen werken totaal autonoom. De burger is ook opgegroeid in een bepaald soort denken (economistisch denken, wantrouwen, ik-gericht) waardoor ze ook jegens elkaar het wantrouwen van ons narratief weer als een verslavend patroon herhalen.
We kunnen met Socratic Design een radicaal humaniseringsproces inzetten waarbij we ons denken, ons handelen en ons bouwen diepgaand transformeren. We maken een nieuwe buurt op ander denken gebaseerd. Burgers en publieke dienaars (public servants) en de private sector gaan een leerproces aan, waarin we het ontwerpproces, het bouwen en de governance stap voor stap gaan uitvinden en experimenteel realiseren. We maken een gewenste leefomgeving waarin zorg, onderwijs, veiligheid, economie, digitaal, gezondheid en natuur niet vanuit de tekentafel worden neergezet, maar vanuit de bewoners integraal worden vormgegeven. Degene die bestuurd worden gaan stap voor stap besturen. De overheid oefent een moreel moderatorschap uit: gij zult luisteren naar elkaar en samen het goede ontwerpen.
Ondernemers en investeerders kunnen diepgaand transformeren door ook dit leerproces mee vorm te geven. Het gaat om kwaliteit op lange termijn als duurzaam businessmodel, maar ook als sociale bijdrage, niet als nevenplicht maar als hoofddoel. We kunnen voorsorteren op de betekeniseconomie waarin de groei van ‘human value’ een nieuwe economie bepaalt.
We kunnen een radicale reset op korte termijn realiseren als we durven in te zetten op het leervermogen en de collectieve wijsheid van zowel burgers als individuele ambtenaren. Doe mee aan dit avontuur van vitale democratie! FutureLab als collectief leren.

FutureLab presenteerde hier haar eerste scenario voor coöperatief wonen in Holendrecht. Tijdens de bijeenkomst gingen partners, organisaties en mogelijke mede-bouwers met elkaar in gesprek om het scenario verder vorm te geven en richting realisatie te bewegen.
Het Rekenkamer-rapport: Bouwen aan een complete stad
De Rekenkamer van Amsterdam tikte de stad onlangs op de vingers. Niet omdat er te weinig woningen worden gebouwd of omdat Amsterdam niet ambitieus zou zijn, maar omdat de stad zich te eenzijdig laat leiden door aantallen. Het bestuurlijke rapport Bouwen aan een complete stad snijdt op zijn eigen, institutionele manier een wezenlijke vraag aan: als we vooral tellen hoeveel huizen er worden gerealiseerd, maar nauwelijks kijken naar wat voor leven er in die wijken ontstaat, wat voor stad creëren we dan eigenlijk?
Het rapport benoemt een spanningsveld tussen de druk om te bouwen en de kwaliteit van de leefomgeving. Tegelijkertijd valt iets op. De inwoner om wie het gaat blijft opvallend afwezig. Het rapport spreekt vooral over samenwerking tussen gemeentelijke kolommen, over procedures, risico’s, rollen en verantwoordelijkheden. Alsof het bestuur zichzelf corrigeert zonder zich werkelijk te raadplegen en te verbinden met het concrete leven dat zich in de stad afspeelt.
Binnen de gemeente wordt dit rapport niet defensief ontvangen. Vanuit verschillende plekken is zelfs bewust gestuurd op het tot stand komen ervan, juist omdat het handvatten biedt om anders te gaan werken en de vraag naar kwaliteit opnieuw serieus te nemen.
Maar wat vraagt sturen op kwaliteit van de overheid zelf? Kun je als overheid een moreel oordeel vormen over wat een goed bestaan is, en durf je je daaraan te verbinden? Of zoals we meer dan één keer horen: kunnen we daar niet over oordelen? Is het goede voor iedereen anders? En moeten we als ambtenaren niet juist professionele distantie behouden? We zijn er immers om beleid uit te voeren en de wethouder te dienen. We moeten onze neutraliteit behouden en kunnen niet zomaar bestaande procedures en regels opzijzetten.
Werkelijke verandering vraagt om een diepgaand onderzoek naar onszelf – als mens, als organisatie, als stad en als cultuur. Naar hoe wij denken en naar de vooronderstellingen waarop ons bestuur is georganiseerd. Naar de vooronderstellingen waarop we onze stad bouwen en naar de verhalen die we blijven herhalen zonder ze nog te bevragen. In die zin is dit rapport niet alleen een correctie, maar kun je het ook zien als een uitnodiging: om de vitale democratie opnieuw vorm te geven en om gebiedsontwikkeling weer te verbinden met de vraag: wat is een goed bestaan?
Bezit en controle: de basisvooronderstellingen van ons bestuur
Vroeger werden eerst wegen en voorzieningen aangelegd, en daarna pas huizen gebouwd. Vandaag doen we het omgekeerde. We bouwen eerst en hopen dat infrastructuur, zorg, onderwijs en plekken voor ontmoeting zich later wel voegen. Die omkering is geen toeval en ook geen puur technische keuze. Ze is het gevolg van een diep ingesleten logica waarin geld, grond en beheersbaarheid leidend zijn geworden.
Waarom die omkering? Het antwoord is bekend: grondprijzen en financiële sluitendheid. In de huidige praktijk van gebiedsontwikkeling is grondexploitatie de heilige graal. De businesscase bepaalt het tempo, de volgorde en uiteindelijk ook de vorm van de wijk. Wat niet direct rendeert, wat niet te vatten is in een rekenmodel of grondwaarde, wordt uitgesteld, verkleind of weggesneden. Zorg, ontmoeting, sociale infrastructuur en gemeenschapsvorming worden daarmee geen vertrekpunt, maar een rest- of zelfs schadepost.
Dit is geen neutrale keuze, maar een filosofische opvatting die diep in ons en onze instituties is verankerd. Het zijn filosofische vooronderstellingen die we niet meer reflecteren. Ze gaan terug op denkers als John Locke en Thomas Hobbes, en worden in de praktijk versterkt door het logisch positivisme. Bij Locke wordt bezit heilig verklaard: eigendom vormt de basis van vrijheid, identiteit en rechtvaardigheid. “Je telt mee als je een zo groot mogelijke auto bezit.” Het ‘ik’ wordt gedefinieerd via wat het bezit. Grond wordt zo waardedrager, eigendom identiteitsdrager en de stad een optelsom van individuele belangen. Bezit als waarde vertaalt zich in een verhaal waarin een huis een investeringswaarde heeft en grondverkoop een inkomensbron is voor de gemeente.
Wat zich niet laat meten, bezitten of vermarkten raakt structureel uit beeld
Bij Hobbes ligt het vertrekpunt elders, maar met vergelijkbare gevolgen. Zijn mensbeeld gaat uit van fundamenteel wantrouwen: dat elk mens een wolf is voor elk ander mens; een massief wantrouwen. Deze aanname legitimeert een overheid die primair stuurt op beheersing, risicomijding en toezicht. In de praktijk van gebiedsontwikkeling vertaalt dit zich in een groeiende afstand tussen beleid en uitvoering, waar de burger steeds moet worden gewantrouwd en gecontroleerd en waarin niemand zich nog verbindt met de gemeenschappen waarvoor gebouwd wordt.
“Mensen durven geen verantwoordelijkheid te dragen. Je kunt best een risicoanalyse maken, maar uiteindelijk gaat het erom dat je bewust van de risico’s toch besluit door te pakken.”
Het logisch positivisme en managerialisme versterken deze dynamiek nog eens. Wat meetbaar is telt; wat niet meetbaar is bestaat nauwelijks. Vijf jaar geleden werd binnen het plannersvak nog expliciet gediscussieerd over de vraag of men meer richting data moest bewegen of juist richting gesprek, begeleiding en relationeel werken. Inmiddels is die strijd beslecht. “Data is zo dominant geworden dat er nauwelijks nog kritische vragen over worden gesteld.” De leefwereld van bewoners – hun ervaringen, angsten en aspiraties – verdwijnt achter dashboards, indicatoren en abstracte modellen. Bouwen aan relaties wordt daarmee voor velen overbodig.
Het morele vacuüm van de uitvoerende ambtenaar
De ambtenaar verschuilt zich vaak achter zijn uitvoerende rol. “Ik voer beleid uit.” “Ik volg de procedure.” Daarmee wordt morele verantwoordelijkheid over de schutting gegooid. Opmerkelijk is dat de Amsterdamse ambtseed juist iets anders vraagt.
Artikel 10 van de Amsterdamse ambtseed: “Ik zal mij een zelfstandig oordeel vormen over de morele juistheid van mijn handelen.”
In talloze interacties met de zogenaamd uitvoerende ambtenaar wordt zichtbaar dat velen moeite hebben om een samenhangend en bezield verhaal te formuleren waarin een expliciete morele afweging of een oordeel besloten ligt. Men spreekt uitstekend over processen, kaders, risico’s en afwegingen, maar vrijwel niet over de ervaring van beleid, de kwaliteit van leven en de beleving van mensen, en over wat daarin als goed of wenselijk wordt gezien.
Dat morele vacuüm is niet onschuldig. Waar geen richting is, wordt elke variant mogelijk. En waar alles mogelijk is, ontstaat cynisme. Of erger: de leegte wordt gevuld door autoritaire en simplistische verhalen en de weg komt open te liggen voor extremisme en fascisme. Juist het ontbreken van een gedeelde moraal vormt een vruchtbare voedingsbodem voor dit soort bewegingen, en we moeten zeker niet denken dat dit iets is wat zich uitsluitend in Amerika voltrekt.
Socratic Design pleit daarom voor iets wat in het publieke domein ongemakkelijk is geworden: het durven uitspreken van wat goed en fout is, voortkomend uit een continu proces van dialogen waarin we aan gezamenlijke morele reflectie doen. De vraag die daarbij centraal staat is: wat vinden wij als samenleving goed? Opvallend genoeg zien we telkens opnieuw dat zodra die richting wordt uitgesproken, cynisme snel plaatsmaakt voor handelingsperspectief. Mensen verlangen niet naar eindeloze opties en betekenisloosheid, maar naar betekenis, verbinding en een concreet verbindend perspectief om langs te handelen.
Dit is het eerste droom scenario gemaakt door de deelnemers van FutureLab
Een onzekere investering van gemeenschapsgeld: in mensen
Socratic Design is zowel een filosofie als een methode die vertrekt vanuit een eenvoudige maar radicale vraag: wat is een goed bestaan? Via het klassieke principe van ken uzelf en de gedisciplineerde dialoog maakt Socratic Design zichtbaar welke impliciete, vaak verslavende vooronderstellingen, aannames en habits ons denken en handelen sturen. Het is een concreet onderzoek naar het eigen leven: hoe onze overtuigingen zijn ontstaan, welke verlangens ons werkelijk bewegen en in hoeverre die verlangens nog van onszelf zijn. Deze reflectie vormt geen bijzaak, maar het morele en democratische fundament van het proces.
In gebiedsontwikkeling leidt dit tot een fundamentele omkering. Er wordt dan niet geïnvesteerd in stenen, maar in de mensen die de wijk ontwerpen en eventueel toekomstige bewoners zijn. In hun onderlinge relaties en hun vermogen om samen te denken over een goed bestaan, en om dat handen en voeten te geven in een ingewikkeld systeem; ze leren ondernemen. De wijk is daarmee het resultaat van collectieve inzichten, gedeelde waarden en nieuwe samenwerkingen. De kwaliteit van het leven in de toekomstige wijk is dus direct gekoppeld aan de ontwikkeling van de gemeenschap. Zo is de investering zowel economisch als emanciperend. Een bewuste gemeenschap van economisch gezonde bewoners in een lerende omgeving.
Deze manier van werken vraagt om een substantiële investering van gemeenschapsgeld aan de voorkant. Niet in direct meetbare resultaten of harde cash value, maar in de mensen; een onzekere investering in de mens zelf, waarvan de opbrengst zich pas later manifesteert.
De kernveronderstelling is dat een wijk die wordt ontworpen vanuit een ander mensbeeld en een nieuw verhaal – geworteld in vertrouwen, menselijkheid, dialoog, ontwikkeling en onderlinge zorg – veel van de maatschappelijke problemen niet voortbrengt die ons nu aan de achterkant structureel zoveel kosten. Problemen als slechte gezondheid, verslaving, eenzaamheid, armoede en uitsluiting ontstaan niet losstaand, maar zijn het gevolg van hoe we samenleven en wijken organiseren. Door juist aan de voorkant te investeren in de sociale en morele fundamenten van een gemeenschap verschuift de dynamiek. Die investering betaalt zich later ruimschoots terug, zij het vaak buiten de klassieke financiële indicatoren en begrotingskolommen om. Wat hier wordt opgebouwd is geen directe cash value, maar duurzame menselijke waarde die toekomstige maatschappelijke kosten voorkomt.
Voor de gemeente kan dit een complexe stap zijn. Niet omdat de intentie ontbreekt, maar omdat deze vorm van investeren per definitie risicovol is binnen een systeem dat is ingericht op beheersing, verantwoording en meetbaarheid.
Op dit moment dragen onder meer Masterplan Zuidoost, Digitalisering & Innovatie en het Projectmanagementteam bij in de vorm van uren, capaciteit en beperkte financiële middelen. Dat is essentieel, maar nog maar een klein begin van wat nodig is om deze manier van werken op grotere schaal mogelijk te maken. Willen we vitale democratie daadwerkelijk institutionaliseren, dan vraagt dit om nieuwe allianties en om investeerders die bereid zijn voorbij de korte termijn en voorbij directe rendementseisen te kijken.
Deze video werd opgenomen tijdens een van de dialogen met de senioren, zorgverleners, en andere deelnemers van Kraktie in Holendrecht
Een leerproces voor alle deelnemers: FutureLab
In het FutureLab krijgt deze aanpak van gebiedsontwikkeling via Socratic Design concreet vorm. FutureLab is een programma waarin inwoners, ambtenaren, ondernemers en startups samen de toekomst van de stad vormgeven. Zij formuleren hun narratief: hoe willen we leven? Hoe zorgen we voor elkaar? Hoe organiseren we economie, zorg, onderwijs en ruimte? Het maken én uitvoeren van zulke narratieven vormt de kern van FutureLab.
Potentiële bewoners van een toekomstige wijk, lokale ondernemers en de startupcommunity worden vanaf het begin betrokken bij leer- en ontwerptrajecten waarin de dialoog en de community centraal staan. Ze ontwerpen samen een gebouw of een kavel en vormen coöperaties om coöperatief eigenaarschap te realiseren.
De opgaven waarmee het FutureLab zich bezighoudt worden niet vooraf gedefinieerd door de gemeente of door experts, maar opgebouwd vanuit het perspectief van de inwoner. Het zijn vraagstukken die voortkomen uit het concrete leven in de wijk, niet uit beleidsstukken of afgebakende opgaven. Inwoners worden gepositioneerd als experts, óók binnen de gemeentelijke organisatie: de ervaring van de burger is immers de plek waar alle kokers, afdelingen en beleidsplannen samenkomen in het geleefde bestaan van de mens in zijn omgeving.
Wat begon als een helder afgebakende opdracht rond jongerenwoningen in Holendrecht groeide uit tot een breder initiatief waarin jong en oud samen nadenken over – en werken aan – het goede bestaan. Jongeren en ondernemers uit de wijk in dialoog met de senioren uit het seniorencentrum Kraktie onderzoeken gezamenlijk thema’s als eenzaamheid, voeding, ondernemen, relaties en persoonlijke voorgeschiedenissen. Zorginstellingen worden betrokken in het ontwerpen van sociale aspecten. Jongeren leren deze inzichten te vertalen naar (digitale) representaties van woonconcepten, begeleid door gespecialiseerde bedrijven. Studenten werken aan bijbehorende technische tekeningen. Ambtenaren begeleiden het proces met hun kennis van de bureaucratische wereld, terwijl woningbouwcorporaties hun kennis en kunde inbrengen en private investeerders worden betrokken om de plannen daadwerkelijk te vertalen naar een gerealiseerde wijk. Zo ontstaat een doorgaande lijn van reflectie, verbeelding en uitvoering.
Dit proces is een leertraject voor alle deelnemende partijen. Het is precies dát leerproces dat de kern vormt van een vitale democratie en wat structureel ingebed zou moeten worden in de processen van gebiedsontwikkeling.
FutureLab bevindt zich nog in een pioniersfase. Hoe dit financieel, juridisch en organisatorisch wordt opgezet en ondersteund, is onderdeel van een experiment dat momenteel gaande is. Daarbij wordt onderzocht welke bestaande constructies bruikbaar zijn en waar nieuwe vormen moeten worden ontwikkeld. Het is een dialoog van allen met allen!
Coöperatief bouwen, beheren en bezitten
Dit gezamenlijke proces van ontwerpen leidt vanzelf tot een volgende stap: collectief eigenaarschap. Niet alleen van woningen, maar ook van het beheer en de verdere ontwikkeling van de wijk. Eigenaarschap verschuift daarmee van individueel bezit naar gedeelde verantwoordelijkheid, georganiseerd in coöperaties. De wijk wordt zo geen eindproduct van een ontwikkelproces, maar een levende gemeenschap die zichzelf onderhoudt, bijstuurt en doorontwikkelt.
Dit streven komt niet uit de lucht vallen. De beweging richting coöperatief wonen wordt breed gedragen, juist omdat het huidige systeem steeds minder in staat is om betaalbare, sociale en veerkrachtige wijken voort te brengen. Dergelijke ambities zijn beschreven in het Actieplan Wooncoöperaties Amsterdam (2019) en in de uitwerking daarvan, onder andere in het Woningbouwplan 2022–2028 en in de publieke informatie van de gemeente en WOON.
Wooncoöperaties worden daarbij gezien als een potentiële derde pilaar naast woningcorporaties en de markt. Ze bieden bewoners zeggenschap over hun woning en woonomgeving, maken blijvend betaalbare sociale en middeldure huur mogelijk en versterken sociale cohesie en weerbare buurten. Ook beleidsmatig is er steun: gemeenten stellen kavels beschikbaar via zelfbouwprogramma’s en hebben stimuleringsleningen ontwikkeld om wooncoöperaties te ondersteunen.
De ambities zijn ruwweg als volgt: over 25 jaar moet 10% van alle Amsterdamse woningen in een wooncoöperatie zitten. Dit betekent ongeveer 40.000 woningen in 2045. In de praktijk zien we echter dat wooncoöperaties moeizaam van de grond komen. Financiering is complex, regelgeving sluit onvoldoende aan en institutionele structuren zijn niet ingericht op collectief eigenaarschap. Juist daar loopt het vaak vast.
Om deze complexe vraagstukken rond governance, financiering en risicodekking mogelijk te maken gaat FutureLab aan de slag als ontwikkelmaatschappij. Deze zal zich specialiseren in het opbouwen, begeleiden en beheren van dit soort trajecten en in het duurzaam ondersteunen van bewonerscoöperaties. Zo biedt FutureLab niet alleen een inhoudelijke en democratische vernieuwing van gebiedsontwikkeling, maar ook een concrete organisatorische en financiële structuur om die vernieuwing daadwerkelijk mogelijk te maken.

Dennis & Meshach het gezicht van FutureLab: tijdens de partner presentatie op 23 Januari 2026
De buitenroute in de governance: immuniteitsreacties uitlokken
Opdat er om kan worden gegaan met institutionele weerstand wordt binnen de gemeentelijke overheid een ‘buitenroute’ opgezet. Een route die naast de reguliere procedures loopt: niet ertegenin, maar erlangs. Dankzij de investeringen die de directie Digitalisering en Innovatie heeft gedaan in de Socratic Design-aanpak zijn hierin al grote stappen gezet.
In deze buitenroute worden ambtenaren en bestuurders uit verschillende domeinen – en ook daarbuiten – met elkaar verbonden rond gedeelde doelen en waarden. Niet rondom regels en projecten, maar vanuit de vraag waar zij als mens voor staan en waar zij zich hard voor willen maken.
Cruciaal is dat in deze route bewust wrijving wordt georganiseerd. Er worden zaken op scherp gezet om vastgeroeste aannames zichtbaar te maken en om immuniteitsreacties – zoals “dat kan niet” of “zo doen we dat hier niet” – te onderzoeken in plaats van ze te vermijden. De buitenroute is daarmee een kans voor de gemeente om vanuit een ander denkframe en vanuit andere vooronderstellingen een leerproces aan te gaan over deliberatieve democratie.
Binnen de ambtenarij is er veel aandacht en interesse voor deze aanpak. Het innovatielab van het Projectmanagementbureau helpt bovendien intensief bij het verder ontwikkelen van deze buitenroute.
Tot slot
Het lijkt een enorme uitdaging, en dat is het ook. Maar we kunnen niet anders dan streven naar een radicale verbetering in de wijze waarop we vormgeven aan onze democratie en het bestaan in onze wijken; het moet beter worden. FutureLab is een uitnodiging om dit anders te doen: door te leren in de praktijk, door verantwoordelijkheid te nemen en door gezamenlijk nieuwe vormen van gebiedsontwikkeling. Dat vraagt om mensen en organisaties die bereid zijn te investeren – niet alleen financieel, maar ook in tijd, kennis en betrokkenheid.
Investeerders, ambtenaren, bestuurders en ondernemers die zich herkennen in deze opgave, niet terugschrikken voor de nodige zelfreflectie en willen bijdragen aan het verder ontwikkelen van deze aanpak, nodigen we uit om deel te nemen aan dit traject. Meer informatie is te vinden op www.futurelab.amsterdam












